|
INHOUD:
ZWART ZUID
Voordat ik iets over mijn jeugd in de Rivierenbuurt ga
vertellen wil ik eerst even stil staan bij het volgende:
Hoe meer ik me ben gaan bezighouden met de geschiedenis van de Rivierenbuurt hoe meer het
me duidelijk wordt hoe groot het drama is geweest dat zich hier heeft afgespeeld.
Van de 17000 Joodse buurtbewoners zijn er 13000 vermoord.
Meer hierover kunt u lezen op EEN TRIESTE
TIJDLIJN >>
Paul Gellings heeft mij wel eens verteld dat hij zijn roman
'Zuidelijke Wandelweg' eerst het 'Zwart Zuid' had wilde noemen.
Soms denk ik: " had hij dat maar gedaan ".
ROERSTRAAT
Met de Roerstraat in mijn gedachten
zweef ik de eindeloze trappen op,
want daarboven wacht op mij
het stratenzicht. Buiten adem vanaf
de rode daken zie ik geschilderde getallen
op de panden die het leed verraden.
Hoorbare leegte op het volle plein.
Door het poortje werden zij weggevoerd
naar de laatste trein. Na rampspoed
weer bespeeld, het plein, de straat
en de portieken. Kinderstemmen
klinken tegen de gevels op. Luid
geklap van moeders aan het einde
van de dag. Dan smerig en bevuild
naar huis. De Roerstraat is mijn thuis.
Jos Wiersema

|
Deze digitale
gedenksteen is voor het gezin Grünewald van Roerstraat 65/3, mijn later
ouderlijk huis.
Gegevensbron: www.joodsmonument.nl
*
Over Lieselotte Grünewald:
Volgens de overlevering via mijn tante, kwam Lieselotte eind
jaren dertig op de Sint Catharinaschool in de Vechtstraat.
Ze kwam met haar ouders en haar zusje uit Duitsland en sprak
alleen Duits. Mijn tante sprak ook Duits, want haar moeder
was Duitse. Zodoende werden de twee vriendinnen. Mijn tante
is nog op de Roerstraat bij Lieselotte thuis op verjaardag
geweest. Veel van het bezoek leek praktiserend joods, maar
de indruk is dat de familie zelf dat niet was, in elk geval
niet herkenbaar. Waarom Lieselotte op een katholieke school
werd gedaan is slechts gissen. Mijn tante heeft, nadat zij
rond 1939 verhuisde naar Amstelveen nog wel een
briefwisseling onderhouden, maar die werd gestaakt omdat de
moeder van mijn tante dat te gevaarlijk vond. Naar het
schijnt heeft vader Grunewald
in de aanloop naar WO II getracht naar Amerika te komen,
maar daar had hij niet voldoende financiële middelen voor.
Wat zijn beroep was is onbekend. Er zijn geen foto’s
overgebleven en de briefwisseling is verloren gegaan.
Andre Sterk
MIJN UITZICHT
Namen als "Plan Zuid", "Nieuw Zuid",
"Rivierenbuurt" en de "Roerstraat" betekenen voor mij: MIJN JEUGD en
MIJN UITZICHT.
In 1954 ben ik, als 2-jarige, met mijn ouders naar
de Roerstraat verhuisd. Voordien woonden we in Plancius aan de Plantage
Kerklaan 61/2. Mijn
vader was destijds bedrijfsleider bij de ATAX. (Atax
Taxicentrale)
Hier is nu het Verzetsmuseum gevestigd. Van deze woning kan ik me niets meer
herinneren.

Plancius - Plantage Kerklaan 61/2
Van de Roerstraat daarentegen veel meer. Daar heb ik ruim
18 jaar gewoond. We woonden op nummer 65 drie-hoog (zie foto 1) en keken uit op het
speelpleintje.

Roerstraat anno
2008
foto Alphons Nieuwenhuis
www.panoramsterdam.com
De Zuiderschool
Als kleuter ging m'n moeder vaak met me naar buiten, naar de zandbank en de klimrekken. Op
4-jarige leeftijd werd ik door haar naar de kleuterklas van de Zuiderschool in de
Geulstraat gebracht. Daar heb ik in totaal 9 jaar op school gezeten en kijk daar met
gemengde gevoelens op terug. De tegenstelling tussen rijk en arm waren voor mij als kind
duidelijk merkbaar. Het ene kind had de gaten in zijn wollen trui en de ander zat op
zweefvliegles.
Ik vond altijd dat ik tot de middenmoot behoorde. Niet arm en niet rijk. Vriendjes had ik
genoeg in de buurt en er was ruimschoot ruimte om te spelen en kattenkwaad uit te halen.
Het Landje
Populair was "het Landje". Dat was gelegen achter de toenmalige Rivierenlaan, nu
Pres. Kennedylaan. Dat beschouwden we als een soort niemandsland. Daar kon je heerlijk
fikkie steken zonder dat iemand er wat van zei.
De Roerstraat en omgeving waren echt mijn thuis. Ik had dus ook altijd heimwee naar
mijn huis, mijn buurt en mijn vriendjes.
Roerstraat, de schoonste straat van Amsterdam
De Roerstraat was, zoals men zei, de schoonste straat van Amsterdam. Niet omdat de
bewoners altijd even enthousiast hun stoepjes boenden maar eenvoudig omdat de directeur
van de Stads Reiniging er woonde. Elke dag was er wel een schoonmaakbakfiets te zien met
daarbij een overijverige ambtenaar die, regelmatig omhoog kijkend of de vrouw van zijn
baas hem wel zou zien, aan het vegen was. Het maakte niet uit of het vuil was.
|
Parkeeroverlast in de Roerstraat
Zeker tijdens een drukke RAI tentoonstelling zoals de personenauto RAI was de
parkeeroverlast enorm. We schrijven begin 60-er jaren en werkelijk de halve Rivierenbuurt
stond volgeparkeerd. Trottoirs en straten waren onbegaanbaar door de dubbel en dwars
geparkeerde auto's. Het parkeergedrag was echt a-sociaal. Wat had m'n vader de pest in als
hij zijn auto ergens op de Rooseveltlaan kwijt moest. |

"a-sociaal parkeergedrag" |
Mevrouwen- en menerenbuurt
Wat mij als kind in die buurt opviel was het afstandelijke gedrag tussen volwassenen.
"Dag mevrouw, dag meneer" klonk het bij ons in het trappenhuis, terwijl
men elkaar al jaren kenden en dagelijks tegenkwam. Zelden kwamen men bij elkaar op visite.
Dit patroon werd iets doorbroken doordat ik met vriendjes thuis kwam en er onderling
contact tussen de ouders ontstond. Hierdoor hebben mijn ouders ook enkele vrienden
gekregen en werd het stroeve gedrag wat losser.
STILLE GETUIGEN
|
Gechilderde huisnummers
De Rivierenbuurt was voor de oorlog een buurt waar veel
gevluchte welgestelde Joden woonden. De oorlog is niet ongemerkt aan deze bewoners voorbij
gegaan. Er werden in die periode meer dan 17.000 bewoners weggevoerd. Slechts 4000 daarvan
overleefden deze misdaad.
(zie ook de 'Trieste tijdlijn' en Stille getuigen)
Stille getuigen uit de oorlogsjaren zijn er bijna niet meer. Wel de geschilderde
huisnummers. Deze werden veelal door de
bewoners in opdracht van de Luchtbeschermingsdient
aangebracht om ook 's-nachts in de verduisterde
straten bij de juiste percelen te kunnen
onderscheiden.
|

"Stille getuige I" |
|
Het huis met het
balkonnetje
Ook een stille getuige is het "huis met het
balkonnetje". Dit is wel een heel stille getuige, hoor.
In de knik van de Roerstraat (perceel 60/1 om precies te zijn) is een woning waar op de
eerste verdieping openslaande deuren en een klein balkonnetje met hekwerk zijn
aangebracht. Tijdens de oorlog was deze woning gevorderd door een Duitse officier.
Kennelijk was hij niet tevreden met "zijn" woning en heeft het raamwerk er uit
laten slopen en vervangen door dubbele openslaande deuren met een balkon en hekwerk. Het
toeval wil dat de foto uit 1957, waarop ik als jongetje van een jaar of vier sta, het
betreffende balkon goed in beeld brengt. Het is er overigens nu nog steeds. (klik hier voor vergroting) |

"Stille getuige II" |
DE ROERSTRAAT
GETROFFEN
Onderstaande foto's zijn afkomstig van en gepubliceerd met
toestemming van het Nederlands Instituut voor
Oorlogsdocumentatie te Amsterdam en tonen de door een bominslag beschadigde
woningen van de Roerstraat ter hoogte van perceel 125. Ook werden woningen in de
Maasstraat beschadigd. De foto's zijn genomen op 14 juli 1941 en gemaakt door A.J.A.
Rikkert.
Lees ook Bommen op de Rivierenbuurt
>>


MIJN OUDERLIJK HUIS
Ik kan me onze woning ook nog als erg prettig
herinneren. De woonkamer bestond uit een voor- en achterkamer (ensuite) gescheiden
door schuifdeuren met glas in lood.
In de voorkamer was ik het meest te vinden. Dan stond ik voor het raam als het slecht weer
was en niet naar buiten kon/mocht.
Onlangs ben ik weer in die woning geweest. Gewoon aangebeld en gezegd wie ik was. Een
aardige dame liet mij en m'n vrouw binnen.
Het leek van binnen net een standaard nieuwbouwflat. Alles was verbouwd. Als woning niets
mis mee hoor, maar er ontbrak een fundamenteel element: sfeer. Sfeer zoals ik die kende.
Wat niet was veranderd was het uitzicht. De huidige bewoonster betaalde overigens
1.200,= huur per maand.
Nog steeds rij ik, als ik in Amsterdam moet zijn, even door
"mijn straat". Eigenlijk is er niets veranderd. En dat mag van mij zo blijven.

GECRASHED
IN ZUID
Anno 2006; en toch wil ik dit even aan u kwijt:
" Ik woonde allang niet meer in de Rivierenbuurt, en toch bracht het lot
ons daar weer samen. Het was 17 augustus 1989 toen ik samen met mijn collega, op onze
politiemotoren, over mijn zo geliefde, Churchilllaan reed. Het was een prachtige
nazomerdag en we gingen rustig voort op onze BMW's. We reden achter elkaar aan, met zo'n
50 km/u, komende uit de richting van het Victorieplein. Niets leek deze heerlijke dag
kwalijk te kunnen onderbreken.
Maar ter hoogte van de kruising met de Waalstraat ging het toch mis. Een, wat later
bleek, verwarde automobilist verleende ons geen voorrang en reed ons letterlijk van de
weg.
Gevolg: twee BMW's total-loss en wij beiden afgevoerd naar het VU-ziekenhuis. Ik
kwam er met een gebroken sleutelbeen en wat onbekend rugletsel vanaf en kon na behandeling
weer naar huis. Mijn collega daarentegen had meer pech en moest daar twee weken blijven.
Het gevolg was dat ik wel 7 jaar genezen geweest ben van motorrijden, de impact, echter,
bleek toch van grotere invloed op mijn verdere leven dan mij lief was."

Churchilllaan - 17 augustus 1989

Churchilllaan - 17 augustus 1989
|