DUIN
RECHTS
Als kind vielen me sommige dingen op, maar doordat ik er
veelvuldig mee werd confronteerd beschouwde ik ze als normaal, zonder me verder iets af te
vragen. Hier een voorbeeld: De putdekseltjes in het trottoir met het opschrift DUIN
RECHTS. Ik kwam ze zovaak tegen dat ik verzuimde te vragen wat daar mee bedoeld werd. Het
is er daarna dan ook nooit van gekomen.
Toen ik onlangs met Paul Gellings door de Rivierenbuurt wandelde zag ik er weer een
DUIN RECHTS in het trottoir van de President kennedylaan.
Jos

Ze zijn er nog; putdeksteltjes Duin Rechts
Ze zijn er dus nog; dus tijd om het misterie eens op te
helderen . . . .
Geschiedenis van de Amsterdamse waterleidingen.
Bron: www.bronnenuitamsterdam.nl - 23-07-2007
Een eeuwenoud probleem: drinkbaar water
De Amsterdamse grachtengordel is wereldberoemd en jaarlijks maken duizenden toeristen een
tocht met een rondvaartboot om het 'Venetië van het noorden' op zijn best te zien. Het is
moeilijk voor te stellen dat er met al dat water tegelijkertijd een enorm watertekort is:
het water uit die mooie Amsterdamse grachten kun je namelijk niet drinken, tenminste, niet
als je gezond wilt blijven.
Vroeger werd er heel veel bier gedronken en voor goed bier hadden de brouwers schoon en
zoet water nodig. Dat werd in de middeleeuwen al een probleem. Door de voortdurende
vervuiling en verzilting van het grachtwater werden de brouwers gedwongen het water van
buiten Amsterdam te gaan halen. Aanvankelijk voeren ze met speciale waterschuiten naar het
Haarlemmermeer. In de loop van de zeventiende eeuw haalden ze het meeste water uit het
Gein bij Abcoude en uit de Vecht bij Nigtevecht. (...)
Wie zelf een huis had, kon regenwater uit de dakgoten opvangen en bewaren in waterkelders.
Andere Amsterdammers waren afhankelijk van de bierbrouwers en de overige waterhalers. In
de achttiende eeuw sloten deze zich aaneen in de Versch-Water Sociëteit. Verspreid over
de stad zorgden ze voor waterleggers, een soort drijvende waterbakken, waar iedereen,
tegen betaling natuurlijk, drinkwater kon krijgen. De prijs ging omhoog als het water
tijdens strenge winters schaars werd. Dat leidde wel eens tot oproer. Het is bekend dat de
armen in sommige winters het schuitwater niet meer konden betalen en noodgedwongen
gesmolten ijs uit de grachten dronken. Natuurlijk werden velen van hen ziek; een aantal
vond zelfs de dood.
Het stadsbestuur probeerde de watervoorziening beter te regelen. Zo werden er omstreeks
1800 verspreid over de stad onder de grond 33 grote waterbakken gebouwd, als reserve voor
barre tijden. Maar het was niet voldoende.
Water uit de duinen
Het roer werd omgegooid door ingenieur en gepensioneerd majoor Christiaan Vaillant. Hij
bedacht in 1845 een plan om per pijpleiding grondwater uit de duinen aan te voeren. Veel
mensen vonden dat een belachelijk idee, en de eigenaren van de Versch-Water Sociëteit
waren natuurlijk bang voor concurrentie. De gemeente en het Rijk voelden er echter wel
voor en gaven de nodige vergunningen. Nederlandse geldschieters waren voor het plan niet
te vinden, zodat uiteindelijk met Engels geld én met Engelse techniek en
werkkrachten het plan werd uitgevoerd. Na anderhalf jaar werken spoot in juni 1853
het heldere duinwater omhoog uit een voor die gelegenheid gebouwde fontein aan de
Haarlemmerdijk. Bij het voorlopige eindpunt van de leiding was het water ook te koop:
één cent per emmer. Spoedig daarna werd begonnen met de aanleg van een
waterleidingstelsel door heel Amsterdam. Op verschillende plaatsen kwamen tappunten.
Pachters hiervan verkochten het drinkwater ver onder de prijs van de Versch-Water
Sociëteit. Deze hield de strijd niet lang vol en werd in 1860 opgeheven.
Twee gescheiden waterstelsels
De bevolking nam toe en er kwam meer industrie. Een nieuwe leiding, nu vanaf de Vecht,
kwam in 1888 gereed. De twee waterstelsels bleven gescheiden: het Vechtwater was minder
schoon en alleen bruikbaar voor bluswerk, straatreiniging en voor industrieën. Met
putdekseltjes werd bij de afsluiters aangegeven welke leiding duinwater bevatte en welke
Vechtwater. De inlaat van de Vecht-waterleiding werd een aantal malen verplaatst, maar
ondanks alles bleef er een tekort aan goed drinkwater. Sinds 1957 voert men water aan uit
het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij Jutphaas-Nieuwegein wordt het water eerst voorgefilterd en
dan naar de Waterleidingduinen gepompt. De duinen vormen een natuurlijk filter, maar dat
is lang niet voldoende: er is nog een uitgebreide bewerking nodig om het Rijnwater tot
veilig en smakelijk drinkwater te maken.
 |