Gedicht "Rivierenbuurt" door Nel Casimiri-Veenboer . . . .

<< terug

 

Rivierenbuurt

Van Nel Casimiri-Veenboer
Uit haar gedichtenbundel:
Een vaderland en een moederland

 

 

Rivierenbuurt

dromend van mijn kinderjaren
zie ik grote rivieren
traag door herinneringen gaan.
Waal en Maas en Schelde
als steunpilaren in mijn kindertijd staan.
want tussen Dintel en Dieze,
Deurloo en Donge,
met als centrum de Dongeschool,

kan er niet veel gevaarlijks gebeuren,
maakte je zelf dat de lol bleef bestaan.

de iele takken zijn nu volle bomen,
de buurt wordt gerenoveerd,
de montessori-school trok profijt
van graffiti en kleuren
Jeker, Biesbosch en Roer,
nog steeds een straat te ver.
de brede straten zijn versmald door auto's,
de grafische school is nu een lyceum,
de meao kwam, de h.t.s.-tijd is voorbij.

maar in de grijze lucht rondom
zie ik Keessie Knolle
een kip zonder eieren pesten,
mijnheer Flentge, leraar in alles,
rood aangelopen, de jeugd
van de stoep voor zijn deur afjagen
zie ik ons zand tussen straatstenen schrapen,
een knikkerpotje, nietwaar?
over het hek klimmen, met levensgevaar?!
om op het verboden schoolplein te spelen,
de auto, citroŽn, met treeplanken,
van onze benedenburen,
eerste uit de straat,
diefie met en diefie zonder verlos;
de ruzies bij Clausen,
de zelfmoord van Fransje,
de saaiheid van Mientje,
Yvonne Mentzen en Robbie Lintjens,
Ansje en Emmie, Cootje en Hugo,

straatbeeld van een gelukkige jeugd.


<< terug