Ingezonden bijdrage van Darina Nykl

Terug naar de vorige pagina <<

 

index ingezonden

Nederland

Pagina van Darina Nykl

e-mail darinanykl78@hotmail.com

Klik hier voor de uitgebreide versie van Darina's verhaal (PDF doc 97Kb)
[voor dit bestand heeft u een PDF-reader nodig, heeft u die niet? download hier]

Omdat ik graag mijn belevenissen op papier met andere mensen deel, stuur ik u hierbij mijn ingezonden verhaal op. Ik heb de Parool versie bijgesloten.

Ik woon zelf niet in de Rivierenbuurt (ik woon in Dordrecht), maar sinds de eerste dag dat ik er geweest ben, boeit het mij, ook omdat ik geinteresseerd ben in Anne Frank. Maar de laatste paar jaar interesseer ik me voor alles wat maar met de buurt te maken heeft, dus ook de architectuur enz.  

Wanneer ik een vrije dag heb, ga ik met mijn fotocamera, papier en pen naar de Rivierenbuurt om ideeŽn op te doen, want mijn droom is om een boek te schrijven, maar ik heb nu nog geen vastomlijnd plan. Ik weet alleen zeker dat het over de Rivierenbuurt zal gaan of het zou de ruimte zijn in mijn boek.

Het huis aan het Merwedeplein

Inleiding

Op 25 februari 1998 bracht ik voor het eerst een bezoek aan het Merwedeplein nummer 37 in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Meer dan 50 jaar geleden had hier de familie Frank gewoond en ik was heel nieuwsgierig naar hun leven aan dit plein. Ik ben in contact gekomen met de toenmalige bewoonster om het huis van binnen te bekijken. Hier volgt mijn verhaal over “dat bijzondere huis aan het Merwedeplein”.

Mijn verhaal

Het was geen stralend weer toen ik op het Amstelstation uit de trein stapte. De lucht was grauw, de bomen waren kaal. Ik moest een eindje lopen, door de Vrijheidslaan, om in de Rivierenbuurt te komen. In de Rijnstraat kocht ik een bosje bloemen.  Ik keek goed om mij heen. Deze buurt straalde een fijne sfeer uit. Via het Victorieplein kwam ik op het Merwedeplein. Ik zag twee huizenblokken met in het midden een plantsoentje. Ik liep naar het plein. Hier had Anne Frank met haar vriendinnetjes gespeeld. Het Merwedeplein was destijds een centraal punt voor de kinderen uit de Rivierenbuurt geweest. Nu was er niemand. Het enige dat ik hoorde was een tram in de Churchillaan en een paar zingende vogels in de hoge bomen.

foto: Darina Nykl
Het huizenblok aan het Merwedeplein
waar de familie Frank woonde

Ik steeg de trap op naar nummer 37. Ik stond voor een gele deur en belde aan. De werkster deed open. Ik moest nog een steile trap naar boven klimmen en stond toen  in de woning. De werkster begeleidde me naar de huiskamer, waar ik kennis maakte met de bewoonster. Ik kreeg een fauteuil aangeboden en een kopje thee. Het was stil. Opeens kreeg ik een vreemd gevoel. Ik zat nu in het huis, waar de familie Frank negen jaar had gewoond. Ik keek om me heen. Het was te zien dat er niet veel aan de woning gedaan was om het zoveel mogelijk in tact te houden. Toch straalde het een zekere warmte uit.

Nadat we de thee hadden gedronken, kreeg ik een rondleiding door het huis.

Via de trap (A) kom je in de woning. Als men boven is, is er een smal halletje (B). Ik heb in de huiskamer (C) gezeten, waar nog een stenen open haard te zien is. Daar heeft vroeger, in Anne Franks tijd, een gaskacheltje gestaan. Dit is vroeger ook de huiskamer geweest. De secretaire, die deel uit had gemaakt van Edith Franks bruidsschat, heeft toentertijd tussen de twee ramen gestaan. De grote staande klok uit Frankfurt in een van de hoeken van de huiskamer. Kamer C en D kan men scheiden door een originele schuifdeur. Waarschijnlijk is kamer D de eethoek geweest. In de huiskamer is nog een vitrinekast te zien, die in de muur gebouwd is.

De rondleiding ging door het halletje (B) naar de badkamer (E), waar niets bijzonders te zien is. Hetzelfde geldt voor de WC (F).

Vervolgens kwam ik in een slaapkamer (G). Dit was de slaapkamer van Otto en Edith Frank geweest. Via het balkon, waar men uitkijkt op de huizen van de Rooseveltlaan,  kan men in de keuken komen (H). Het was zo rustig op het balkon. De bewoonster vertelde dat het zomers heerlijk is, want de zon staat er dan op. Anne Frank zal daar vast en zeker ook vaak gezeten hebben.

Na de keuken kwam ik in een andere slaapkamer (I). Dit is de slaapkamer van Anne en Margot Frank geweest. Het logeerbed staat op de dezelfde plaats waar Anne Franks bed ook gestaan heeft.

foto: Darina Nykl
De slaapkamer van Margot en Anne Frank. Het logeerbed
staat op dezelfde plaats waar Anne’s bed gestaan heeft

 

Ik liep de trap (J) op naar de “zolder”. Ruimte K is een grote opbergruimte. Via een hele oude deur, komt men in een grote kamer (L), waar dus de huurder van de familie Frank gewoond heeft, want er was nog een wastafel te zien. De vloer kraakte onder mijn voeten. Ik keek de kamer rond. Het zag er oud en vervallen uit. Ik was alleen. Ik keek naar buiten en zag het platje waar Anne Frank zomers graag zat. De stilte om mijn heen maakte me huiverig. Ik liep het overloopje op waar de bewoonster op mij wachtte. We liepen naar beneden naar de keuken waar ik de bewoonster hielp thee te zetten.

Het hele huis beheerste mijn gedachten. Alle details waren in dit huis bewaard gebleven. De keuken met de originele kasten, de deurknoppen, de lichtknopjes, de vensterbanken, de gaskachel, de ingebouwde kast. Het was heel bijzonder deze voorwerpen te aanschouwen. Het was net of de familie Frank nooit weg was geweest en dat hun geest hier nog ronddoolde.

Het begon al te schemeren. Ik voelde iets treurigs in me opkomen. Ik zat in een huis waar Anne Frank gelukkig was geweest en waarin ze nooit was teruggekeerd.

Foto's van Darina Nykl

Ik nam afscheid van de bewoonster en bedankte haar voor de rondleiding en de gastvrijheid. Ik beloofde haar snel weer langs te komen. Ik liep het Merwedeplein af en slenterde door de verlaten straten van de Rivierenbuurt. Ik zou snel weer terugkeren naar dat bijzondere huis aan het Merwedeplein.

“ Toen Anne Frank op maandag 6 juli 1942 van het Merwedeplein vertrok, vertrokken de vogels tegelijk met haar. Het plein was leeg. Het was er stil. Anne Frank zou er nooit meer terugkeren… “

Darina Nykl, 3 januari 2004.


Een avond op het Merwedeplein

Vrijdagavond 12 november 2004. De wind waait rondom het plein, de bladeren vallen in een enorme snelheid van de bomen. Ik steek de straat over naar het plein. Het is donker en nat. De lichten branden in de woning, heel subtiel, het lijken wel kaarsen. Ik loop richting nummer 37 en kijk de portiek in. De deur staat open. Ik kijk op mijn horloge, het is nog te vroeg om naar boven te gaan. Ik besluit om nog rond te wandelen en weer terug te komen. De straten zijn uitgestorven, iedereen zit gezellig bij de kachel. Om kwart over acht loop ik terug naar het plein. Ik bestijg de trappen net als een paar jaar geleden toen ik thee ging drinken bij mevrouw M.
Nu is er een ander bijzonder iemand: de vriendin van Anne Frank gaat een lezing houden. Boven aan de trap word ik opgewacht en het meisje vertelt waar ik mijn jas kwijt kan en dat ik een drankje kan nemen. Ik loop de kamer in die van Anne en Margot is geweest. Niets herinnert me meer aan de kamer die het was toen ik er voor eerst kwam. Geen bed maar aan de rechtermuur, geen tafel in het midden met vier verschillende stoelen. Alleen een grote kapstok en een oude bank. Voor de rest is de kamer leeg. Met een raar gevoel loop ik de kamer uit en pak een drankje. Met een schuin oog kijk ik de badkamer in. Verwaarloosd, de verf bladdert van de muren. De voormalige slaapkamer van Otto en Edith Frank staat volgestouwd met spullen. De keuken is akelig kaal, het keukenblok staat er nog en de oude kastjes hangen nog aan de muur. Met mijn drankje in de hand loop ik de woonkamer binnen. Er staan stoelen opgesteld. Ik kijk om me heen. Niets meer herinnert mij aan mevrouw M. De grote stoel waarin ze zat, de tafel met de theepot. De twee middagen die ik hier met haar doorgebracht heb. Ondanks de leegte voel ik toch warmte. Links van de deur staat een grote kandelaar met zes kaarsen te branden. De schaduw van de vlammen danst op de muren. In de vitrine staan boeken over en van Anne uitgestald. Daarnaast het haardje waar de gaskachel gestaan heeft. Voor de rest leeg. Voor deze avond is er provisorisch vitrage opgehangen om een gemoedelijke sfeer te creeeren. Ik kies een stoel in het midden zodat ik goed overzicht heb. De muur in de eetkamer is nog steeds groen, de kast die altijd tegen deze muur gestaan heeft, heeft een schaduw achtergelaten.

Om half negen begint de lezing. Er wordt eerst een inleidend praatje gehouden door de organisator van deze lezing. Hij vertelt dat dit een bijzondere gelegenheid is om de woning van binnen te bekijken. Eerst leest de vriendin van Anne Frank een aantal fragmenten voor uit haar nieuwste boek. Af en toe vermeld ze welke ruimte waarvoor bedoeld was. Daarna wordt ze door haar redacteur geinterviewd. Ze vertelt bijvoorbeeld dat het bed van Anne’s oma langs de groene muur gestaan heeft en dat ze altijd in het hoekje in een gemakkelijke stoel zat. Anne’s oma maakte echt deel uit van het gezin. Otto Frank bemoeide zich veel met de kinderen. Hij speelde bijvoorbeeld nooit mee met spelletjes maar praatte veel met ze. Edith Frank was gereserveerder, ze had ontzettende heimwee naar Duitsland waar ze een comfortabeler leven had geleid dan in Amsterdam. Of de komst van haar moeder haar leven iets makkelijker gemaakt heeft, is niet bekend. Anne’s vriendin vertelt dat ze niet veel op straat hebben gespeeld maar wel vaak met andere jongelui omgingen. Meestal belandden ze bij ijssalon Oase, in de Maasstraat, tegenwoordig is het een snackbar. Daar ontmoetten ze andere mensen om te “socializen”. Ze kan zich ook nog herinneren dat Anne een ansichtkaart ging kopen van het Merwedeplein, van de situatie als die toen was. Waarschijnlijk heeft ze deze kaart naar haar familieleden gestuurd.

Er wordt haar gevraagd hoe het bezoek aan deze woning was, nadat de familie Frank was ondergedoken. Ze vertelt dat het huis chaotisch was, de familie Frank was haastig vertrokken. De ontbijtboel stond nog op tafel, de nieuwe zomerschoenen van Anne lagen voor haar bed, dat niet opgemaakt was. Er stond wel vlees in de keuken voor de kat en met het vriendelijke verzoek deze naar de buren te brengen. Anne, vertelt ze, was dol op haar kat Moortje. Het moet heel moeilijk voor haar zijn geweest het beest achter te moeten laten. Anne’s vriendin is samen met nog een andere vriendin in het huis geweest nadat Anne verdwenen was. Ze hebben niets meegenomen, behalve de zwemmedailles van Anne. De vriendin van Margot heeft wel een boek meegenomen. Het was te gevaarlijk om iets uit een huis waar joden hadden gewoond, spullen mee te nemen. Anne’s vriendin weet niet wat met de huurder van de familie Frank is gebeurd, de heer Goldschmidt, hij was ook een jood. Was hij aanwezig toen de woning “gepulst” werd? Onmogelijk. Na de oorlog zijn er kwitanties gevonden waaruit blijkt dat de huur van de woning tot ongeveer juli 1943 is betaald door Opekta. Daarna is het huis “gepulst”. De huiseigenaar zette eerst alle spullen in een kamer bij elkaar om ze daarna te verkopen. Niemand weet tot op heden wat er met de heer Goldschmidt is gebeurd.

Tijdens het interview probeer ik me in te leven in Anne’s vriendin. Het moet raar voor haar zijn om in deze woning over haar vriendin te praten in een gezelschap van mensen die ze niet kent. Ik vind haar dapper. Ik merk aan haar dat ze bescheiden is maar ook met humor kan vertellen, wat de avond minder beladen maakt. Soms wordt er ook gelachen, vooral als ze vertelt dat Anne haar kat in bad had gedaan. Terwijl ze aan het praten is over Anne, steekt buiten de storm op. De regen klettert tegen de ruiten. De vlammen van de kaarsen bewegen in het ritme van de wind mee. Ik bedenk hoe bijzonder dit huis toch eigenlijk is, ook al staat het nu leeg. Het herbergt toch nog steeds iets van Anne. Een gevoel, een herinnering, iets tastbaars voor de mensen. Er wordt gepraat over Anne alsof ze er zelf bij is.

Na de lezing loop ik op haar af en geef haar een exemplaar van mijn verhaal over mijn bezoeken aan deze woning. Ik haal mijn jas en kijk nog een keer rond in de slaapkamer van Anne en Margot. De regen klettert nog steeds tegen de ruiten. Ik draai me om en loop de kamer uit. Ik neem afscheid en loop de houten trap af naar de deur. Buiten slaak ik een zucht en loop de portiek uit het plein op. Verderop het plein kijk ik nog een keer om naar de ramen van de woning. Het is donker. De kaarsen zijn uitgeblazen….

Darina Nykl, 23 november 2004.

Lees ook:

EERSTE ROMAN VAN DARINA NYKL: DE AVOND DIE HAAR LEVEN VERANDERDE

Het andere huis van Anne Frank

omhoog

Terug naar de vorige pagina <<