Ingezonden bijdrage van Max van der Glas

Terug naar de vorige pagina <<

 

index ingezonden

Max.C.van.der.Glas (1938-2016)
(Natanya IsraŽl)

index Max

Vakantie

Ondanks dat het nog vroeg in het jaar is, worden al de plannen gesmeed voor de zomervakanties. Brochures worden gehaald bij de diverse reisbureaus, terwijl via de P.C. de nodige aanvullende informatie wordt gehaald.
Hierop maken mijn kinderen geen uitzondering en toen ik hoorde dat er plannen gemaakt werden om de zomer in 'n warm land door te brengen, gingen mijn gedachten terug naar mijn eerste vakantie, die na de oorlog in 1947 plaats vond.

De zomermaanden in 1947 zijn buitensporig warm, er heerst zelfs 'n langdurige hittegolf, waardoor de zomervakantie en het verblijf in de stad bijna ondraaglijk wordt. Op het laatste moment weten mijn ouders het nog voor elkaar te krijgen om een maand te boeken in Hotel "de Schelp" in Zandvoort. Mijn vader zou gewoon naar zijn werk gaan, maar mijn moeder, broertje en ik, zouden aan het strand verkoeling zoeken. Op zaterdagavond zou de familie compleet zijn in het hotel, want dan zou mijn vader komen, tot maandagavond. Vergeten werden de Berlageschool, de speeltuin aan de Gaaspstraat, of zoals sommigen zeggen aan de Lekstraat, de vriendjes in de buurt en Amsterdam, want 'n nieuw avontuur begon voor ons te gloren in Zandvoort aan Zee.
'n Taxi was geregeld om ons, vanuit de Vechtstraat, naar Zandvoort te brengen. De auto werd vol geladen met allerlei strand attributen en de nodige kleding en onder luidgezang van, "we gaan naar Zandvoort, al aan de zee, we nemen broodjes en koekjes mee", gingen we op weg. We zijn bij de brug in Halfweg, toen nog 'n soort ijzeren Baileybrug, of we horen 'n luide knal, lekke achterband. Iedereen uit de taxi en in het cafť annex restaurant wat daar was, keken we, onder het genot van 'n frisse dronk, met belangstelling toe hoe de chauffeur de band verwisselde, wat hem uiteindelijk lukte na de nodige vloeken aan het adres van de maker van de auto, wat in dit geval betekende dat Mijnheer Ford de schuldige was van het ongemak. Allemaal weer instappen om onze route te vervolgen, wat lukte. Maar na hoogstens een kilometer, voorbij de suikerfabriek, moesten we al weer stoppen bijna tegenover de vaten fabriek van Phoenix. (Al 'n vat, kist, of krat, van de Phoenix gehad ?) Weer werd er 'n luide knal gehoord, maar nu was het de beurt van de voorband dat het liet afweten. Het zelfde ritueel volgde als daar voor, alleen met dit verschil, dat er geen reserve band meer was, waardoor de beste man, na het wiel er af gehaald te hebben, terug moest lopen naar Halfweg om daar in 'n garage de band te laten plakken, en wij langs de kant van de weg in het gras moesten wachten. Als echte Amsterdammer keerde hij, na ruim drie kwartier, luid vloekend terug, zodat buiten Mr. Ford nu ook de banden fabrikant aan de beurt was en volgens de uitspraken van de hevig hijgende en transpirerende man deze zijn plaats in het hiernamaals wel kon bestellen, evenals de vele niet nader te omschrijvende personen. Het was niet te geloven, maar de derde lekke band was in Haarlem, gelukkig voor de chauffeur schuin tegenover 'n garage. Toen we onze weg vervolgden, werd er niet meer gezongen of zelfs maar gesproken, muisstil en weggedoken zaten we op de achterbank, want we waren bang dat de chauffeur ons er bij het minste of geringste geluid uit zou gooien, althans zo aan de uitdrukking van zijn gezicht te zien en dat risico wilden we niet nemen. Zonder verdere complicaties zijn we bij het hotel aangekomen.
De tweede tegenslag kwam na een week. Die morgen waren wij om half tien aan het strand en de temperatuur was toen al tegen de 30 graden. Op het strand aangekomen nam mijn moeder 'n ligstoel en wij waren al spoedig met vriendjes aan het spelen en vergaten de wereld om ons heen. Af en toe kwamen we even terug om wat snoepjes te halen, maar moeder lag rustig te slapen en om haar niet te storen namen we de rode, gele en witte, op frambozen lijkende zure snoepjes maar zelf, zodat het begrip van zelfbediening ons al vroeg bekend was. Toen wij tegen vier uur eindelijk terug gingen, om geld voor 'n ijsje te vragen, bleek dat moeder ook de wereld om haar heen vergeten was en nog steeds lag te slapen, waardoor ze alles bij elkaar opgeteld, zo'n vijf uur in de hete zon had liggen braden. Met derde graad verbrandingen heeft zij de rest van de vakantie op de hotelkamer, onder de brandzalf, verbandgaasjes en de nodige pijnen, noodgedwongen moeten doorbrengen.
Zo was mijn eerste vakantie in ons nog jonge leven.

Max.C.van.der.Glas.
februari 2008

omhoog

Terug naar de vorige pagina <<