Ingezonden bijdrage van Max van der Glas

Terug naar de vorige pagina <<

 

index ingezonden

Max.C.van.der.Glas (1938-2016)
(Natanya IsraŽl)

index Max

Overpeinzingen

Het is 'n bewolkte dag ergens in het najaar van 1945 en ik loop met mijn vader door de oude Jodenbuurt. Weggedoken in onze jassen, die zo kort na de oorlog nog niet van beste makelij zijn. Mijn kleine kinderhand wordt stevig omklemt door de hand van mijn vader en zwijgend stappen we door, soms even onderbroken door een opmerking van mijn vader, of een vraag van mij. Een enkeling groet mijn vader, maar grotendeels zijn z'n gedachten ergens anders. Ik weet het, ik voel het, ik moet weinig zeggen. We zijn van af het Rembrandtsplein, door de Amstelstraat en over de Blauwbrug en via het Waterlooplein, terecht gekomen in de Weesperstraat. Een smalle straat met vele lege winkels en verlaten woningen, alles ziet er wat droefgeestig uit. Plotseling staat mijn vader stil voor 'n kleine kapperszaak en zegt hier heb ik lang geleden in mijn jeugd gewerkt als kappersleerling. Ik gluur door het raam naar binnen en zie een kleine verlopen ruimte met twee kappersstoelen. Mijn vader trekt me mee verder "De Buurt" in de Hortus, de Plantage bij Artis en weer terug. Na enige tijd staan we stil in de smalle Muiderstraat. Kijk zegt hij, hier had je grootmoeder een groentewinkel. We staan stil voor 'n kleine half onder de grond gesloten deur, met 'n trapje naar beneden en ik hoor hem zeggen "kijk daar boven daar heeft mijn moeder ook gewoond". Oh, denk ik, maar voor ik iets kan zeggen lopen we al weer verder langs de "ouwe Shul", de Moses en Aaronkerk voorbij, de Jodenbreestraat in, bij het sluisje wijst hij mij nog even op bakker Theeboom die er sinds kort weer zit, de St.Anthoniebreestraat in tot aan de Waag, waarna wij, nu aan de andere kant lopend, weer dezelfde weg terug gaan. We gaan wel onderweg even de broodjeswinkel van Quiros in, drinken 'n kop thee en eten 'n broodje. Het is er half vol en mensen zitten ook boven aan tafeltjes. Er wordt druk gesproken door iedereen, maar ik hoor alleen het geroezemoes. We gaan weer naar buiten en vervolgen onze wandeling, tot we eindelijk, na de tram genomen te hebben, weer in de Vechtstraat aankomen.

NU, jaren later,staat mij dat nog voor de geest en denk ik te begrijpen wat mijn vader voelde en dacht, toen hij door "ZIJN OUDE BUURT" liep, met zijn herinneringen, aan hoe het eens was,  zijn jongens jaren, zijn familie, zijn vrienden, zijn bekenden, aan alles wat er niet meer was, huizen waar eens vrienden woonden en winkels waar eens bekenden hun nering hadden. Niets van dat alles was er meer, maaar de vele herinneringen zouden levendig bij hem blijven, tot aan zijn dood.

Max.C.van.der.Glas.

omhoog

Terug naar de vorige pagina <<