Ingezonden bijdrage van Max van der Glas

Terug naar de vorige pagina <<

 

index ingezonden

Max.C.van.der.Glas (1938-2016)
(Natanya IsraŽl)

index Max

Sneeuw van Gisteren

Tja, hoe begin je 'n verhaal? Wel bij mij ging dat als volgt. Na 'n mailtje van mij over de site, kwam het antwoord van Jos: "Zeg Max, waarom schrijf je niet 'n stukje over je herinneringen aan je jeugd in de Rivierenbuurt hier op deze site".
Stilte heerste op dat moment in mijn "kantoor", althans zo pleeg ik het te noemen, maar barste spontaan in lachen uit toen het tot mij doordrong wat hij vroeg. Ja ja, dacht ik bij mij zelf, makkelijker gezegd dan gedaan.
Het liet mij echter niet los want deze "waanvoorstelling" om ook ooit eens 'n boek over mijn leven te schrijven, had mij al jaren bezig gehouden, dus . . . . waarom ook niet, nu moest het er maar eens van komen.
Dan begint de ellende pas, want waar moet je beginnen?
Wel, laat ik mij eerst even voorstellen. Mijn naam is Max C. van der Glas, geboren op de Tugelaweg, maar slechts enkele maanden oud, gingen mijn ouders verhuizen naar het meer moderne gedeelte van Amsterdam, "de Rivierenbuurt" en wel naar de Vechtstraat nr 30 op 1 hoog, dat was in december 1938, ik was pas 4 maanden oud.
Mijn broer Jacques, geboren in januari 1940, had ons gezin compleet gemaakt.
Mijn eerste herinneringen gaan terug naar 4 december, Sinterklaasavond, die op 3 hoog bij de familie Fransman gegeven werd. Waarom deze dag ? Wel toen het mijn beurt was om 'n cadeautje te krijgen, moest ik mijn hand door 'n gebroken raampje steken van 'n kast, maar inplaats van 'n cadeautje, kreeg ik met 'n pantoffel 'n tik op mijn hand. Huilen natuurlijk en iedereen lachen, wat mijn huilbui nog deed verergeren. Helaas is deze familie ook weggehaald en van de 5 familieleden is slechts alleen hun dochter terug gekomen.
Vanaf 1943 mocht mijn vader als Joods marktkoopman alleen nog op het speeltuin terrein aan de Gaaspstraat handel drijven, evenals in Oost op het President Brandtplantsoen. Vaak ben ik daar heen gelopen, want eigenlijk mocht ik niet buiten komen omdat het uiteraard TE gevaarlijk was. Regelmatig werden daar Joden opgepakt door landverraders, de "N.S.B ers.
Het volgende grote "evenement" in mijn leven was in 1943, het weghalen van mijn opa, die bij ons was komen inwonen als 73 jarige en welk moment mij tot op de dag van vandaag achtervolgd.
Tussen 4 moffen in afgevoerd en het geschreeuw van mijn ouders hoor ik tot op heden nog in mijn oren klinken. 's Nachts wakker worden, transpirerend, en deze beelden weer voor ogen hebben is geen uitzondering. Afscheid heb ik pas genomen in Sobibor in Polen, tijdens 'n reis met het Nooit meer Auswitz Commitee, in 1998, die deze reizen jaarlijks organiseert.
In de winter van 1944/45 tijdens de "zogenoemde" Hongerwinter, ik schrijf hier expres geen "zogenaamde", want dat was het echt niet, herinner ik mij "de Gaarkeuken" aan de achterkant van de St.Thomaskerk in de Vechtstraat, tegenover de speeltuin, waar wij en velen anderen in de rij moesten staan voor wat voedsel. Nog steeds proef ik de "aardappelschillensoep" en tot op heden zal ik niet in de rij gaan staan voor eten.
Ja, die "hongerwinter" was er niet alleen geen eten, maar het was erg koud en er waren geen kolen om te stoken. 1 of 2 keer per week gingen we dan, d.w.z. mijn moeder, haar niet Joodse 2de vader en ik, naar de Wibautstraat, naar het oude rangeerterrein waar we naar kolen zochten (Nu staat er dacht ik "Het Parool" gebouw) Ook bomen waren voor niemand veilig, en ik herinner mij dat huize van der Glas in paniek was toen mijn broer, toen 5 jaar oud, na "Spertijd" nog niet thuis was. Tegen achten kwam hij aan, met 'n zeer grote boomtak achter zich aanslepend .Gauw was deze zonde hem vergeven toen hij veilig en wel thuis was.
Wil nog even vermelden dat ik in deze periode enkele maanden nog op Catechisatieles heb gezeten in de Oude IJselstraat en waar de Bidprentjes aan het eind van deze les niet veilig voor mij waren (voor 10 kleine plaatjes kreeg je n.l. 1 grote).
En toen . . . . ja daar was de "bevrijding". Feesten, feesten en feesten, het kon niet op, maar deze vreugde werd voor velen getemperd door het verlies van familie.
Daar is al veel over geschreven, dus zal ik daar niet verder op in gaan.
Korte tijd nog op de kleuterschool op het Victorieplein gezeten. Tja, wat doe je als kind van bijna 7 jaar? Wapens stelen die op 'n grote hoop achter het Amstelstation lagen, wat mij 'n bajonet opleverde, die ik later ben kwijtgeraakt. En uiteraard naar school en wel de Berlageschool op het Meerhuizenplein.
Vreemd was het wel, want ik rook nog steeds die soldatenlucht van de Duitsers die er gedurende de oorlog ingekwartierd waren. Verbeelding of werkelijkheid ? Wat wel reŽel was, de bunker in het midden van het plantsoen. Ik zie nog steeds mijn eerste lerares,juffr. Schumacher en later juffr. Dijkstra.
Naast ons de Meerhuizenschool, waar het gymnastieklokaal mee gedeeld werd.
Voor de rest was het voetballen in de straten en om op het Meerhuizenplein te mogen voetballen, heeft menig veldslag opgeleverd tussen de diverse straten, want iedereen claimde dat het hun terrein was.
Op woensdag en zaterdagmiddag, werden dan doelpalen gesleept naar het braakliggende terein voor het Amstelstation, waar wij, "de Vechtboys", het opnamen tegen andere straatvoetbalploegen. Ik herinner mij nog de gebroeders Adje en Nico Winsen, Frans Knottenbelt, Tonnie Estie en nog enkelen die ons elftal completeerden. Ook in 'n leeg staande benedenwoning in het "Inhammetje" werd direct na de oorlog, z.g. kindervoorstellingen gegeven die 5 cent kosten, betalen door 'n kapot raampje dat als kassa diende voor de door 1 man gedane voorstelling, deze man, Wim Munnik.
Pinkelen, hoepelen, tollen, bokbok berrie, verstoppertje, belletje trekken put of paalvoetbal waren de dagelijkse bezigheden van de meeste kinderen. 6 uur 's avonds thuis wezen voor het eten, wassen pyjama aan en daarna spelletjes, zoals hoedjewip, vissen in 'n vierkante doos, door magneetjes aan de vissen (genummerd) en de hengeltjes, dammen en uiteraard eindeloos Monopoly. Vaak ook jaloers naar buiten kijkend naar andere kinderen, die wel na het eten op straat mochten spelen.
Als er niet op het landje gevoetbald werd, was er uiteindelijk de speeltuin in de Gaaspstraat, waar de hele buurt dan scheen samen te komen. Zie ze nog lopen, meneer Peyters met z'n bochel en meneer de Bij met zijn strenge blik. Ook werden er bijna iedere week films vertoond tegen betaling van 10 cent. Favorieten, Tom Mix,  Zorro en de tekenfilmpjes.
Later werd het voetbal verlegd naar de Lekstraat achter de Synagoge die daar stond en waar vele van mijn vriendjes Bar-Mitzwah (Kerkelijke meerderjarigheid) zijn geworden.
Hoe groter / ouder we werden zo groter werd ons terrein om de Rivierenbuurt te exploiteren / ontdekken.
Uiteraard 's winters schaatsen op de "Boerenwetering" en als je dan 'n zijsloot in schaatste, stond je plotseling tegen grafstenen aan te kijken van Zorgvlied, wat ons dan de stuipen op het lijf jaagde. Waar nu de nieuwe RAI staat daar deden we "speedway" met onze fietsen, want ook daar lag 'n soort sintelveld.
Verzamelen bij de ijssalon van Joko of bij de Italiaan naast de viszaak van Hogerbirk. Stiekem in de St.Thomas kerk sluipen en zorgen dat je niet betrapt werd. Het grootste moment was dan als je op het orgel bovenin kon trappen en het geluid door de kerk galmde, DAN was het echt rennen voor je leven, maar je was wel DE man.
Een keer per jaar gingen we opgedoft, meestal voor Pasen, naar fotograaf Booms, over de brug in de van Woustraat, om ons gezin te laten vereeuwigen.
In onze straat, de Vechtstraat werden de boodschappen gedaan, althans de dagelijkse. Melkboer Russer, schuin aan de overkant de VANA, kapper bij de uitbouw naar de Amstelkade toe dacht nr 8. In de Borsenburgerstraat naar Krachtwijk de groenteman, met daarnaast de melkboer en de sigarenwinkel waar we naar toe renden met de uitslagen van de Tour de France en, oh, wat was je trots als je de eerste was. Verder op de hoek van de Borsenburgerstraat en Korte Meerhuizenstraat het winkeltje voor petroleum, poppetjeblauw, bleekwater e.d. Op het hoekje van het Meerhuizenplein en Meerhuizenstraat, had je dan van Amerongen van meneer Blenderman.
Brood werd bij Franke gehaald op de hoek van de toenmalige Amstellaan.
Nu schiet mij nog te binnen dat er op de hoek van de Borssenburgerstraat en Vechtstraat nog 'n water & vuurwinkeltje is geweest wat op het eind van de oorlog leeggeplunderd is.
En wie herinnert zich niet dat kleine mannetje met de "Zuurkar", mijnheer Fransman, die door de straten liep, of de man met honden- en kattenvoer, of Buikie de zanger, waar je in 'n papiertje of luciferdoosje, geld naar mocht gooien van uit het raam, of de schillenboer, waar je soms op de kar mocht meerijden en de teugels mocht vasthouden?
Wie herinnert zich niet de cacaolucht van Blooker en van Korff? Als de windrichtingrichting "Rivierenbuurt" stond dan liep iedereen te snuiven.
Het De Mirandabad waar alle jeugd uit Zuid tezamen kwam in de zomer om plezier te hebben. Discotheken waren er nog niet, dus was men aangewezen op de diverse verenigingen van de diverse parochies waar muziek werd gemaakt, gedanst werd en literaire samenkomsten werden gehouden. Als er thuis 'n party werd gegeven, was dat meestal om 12 uur afgelopen, want dan kwamen de ouders weer thuis en moest het huis weer aan kant gemaakt worden voor hun terugkeer.
Later ook nog Basketball op het pleintje van de Dongeschool en als lid van 'n echte Basketballclub, "The Wolves" in de Apollohal en de Oude RAI.
Toch leuke herinneringen aan deze, voor velen moeilijke tijd. Geld was er niet en iedereen moest hard werken om het gezin draaiende te houden, maar wij als jeugd maakten ons daar niet zo druk om. Ik en de meesten van mijn vrienden, probeerden zoveel mogelijk te leven, met 'n grote L. Persoonlijk heb ik altijd het idee gehad dat ik OOK moest leven voor mijn vermoorde familie, iets wat moeilijk uit te leggen is. Thuis werd er weinig over de oorlog gesproken, althans niet in het bijzijn van de kinderen, men wilde hun dat besparen.

In totaal zijn er van onze familie +/- 35 mensen niet terug gekomen.
Hun nagedachtenis zij een zegen.

Dit alles is SNEEUW van GISTEREN, maar in mijn herinneringen valt het nog steeds.

Max.van.der.Glas

Deze digitale gedenksteen is voor mijn opa, oom en nichtje die in de Vechtstraat 30/1 woonden
Gegevensbron: www.joodsmonument.nl

Jesaya van der Glas
Esther Piller-van der Glas
Mozes van der Glas
En alle mijn andere familieleden, vrienden, kenissen en buren.

Overzicht digitale gedenkstenen in de Rivierenbuurt

omhoog

Terug naar de vorige pagina <<